NG image
NG image
NG image
NG image
NG image

< Meer nieuws

Mediarecht

De juridische bescherming van creaties en uitvindingen van AI-machines

1. Inleiding
Artificiële Intelligentie (AI) dringt, misschien zonder u het beseft, meer en meer door in ons dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan Siri die een antwoord heeft op al uw vragen, de chatbox van de webwinkel aan wie u een probleem van levering meldt of Netflix die u persoonlijk series en films aanraadt die u vast wel goed vindt.

Het toepassingsgebied van AI is ruim en divers en er is steeds meer mogelijk. Zo kunnen AI-machines intussen creëren en ontwikkelen al ware het wetenschappers of kunstenaars.

Zijn deze creaties en ontwikkelingen echter ook vatbaar voor bescherming van het intellectuele eigendomsrecht zoals creaties en ontwikkelingen van menselijke hand dat zijn?

Wie is bijvoorbeeld de uitvinder van een uitvinding gedaan door een AI-machine? Is dit de AI-machine zelf of de eigenaar van de betreffende AI-machine? En wie heeft vervolgens het recht om een octrooi aan te vragen voor deze uitvinding?

Kan een boek geschreven door een AI-machine auteursrechtelijke bescherming genieten en zo ja, is de AI-machine dan de auteur?

2. Uitvindingen van een AI-Machine
In het Verenigd Koninkrijk heeft het Hoog Gerechtshof zich onlangs moeten buigen over een octrooiaanvraag die een AI-machine aanduidt als de uitvinder. Bij arrest van 21 september 2020 heeft het Hoog Gerechtshof de octrooiaanvraag afgewezen, omdat dit niet te verzoenen viel met huidig wettelijk kader binnen het VK.

Om het probleem te begrijpen is vooreerst van belang het onderscheid te kennen tussen de octrooiaanvrager en de uitvinder. Deze kunnen verenigd zijn in één en dezelfde persoon, maar dit is niet noodzakelijk. Zo kan een werknemer een uitvinding doen waarvoor hij aan zijn werkgever het recht geeft om een octrooi aan te vragen. De werknemer is en blijft de uitvinder, maar zijn werkgever zal de octrooiaanvrager en desgevallend nadien de octrooigerechtigde zijn.

In de zaak die geleid heeft tot het arrest van het Hoog Gerechtshof in het VK, had de eigenaar van de AI-machine, met de naam DABUS, een aanvraag ingediend om een octrooi te bekomen voor een uitvinding gedaan door DABUS de AI-machine. Daar hij het niet ethisch vond ten aanzien van andere uitvinders om de eer op te strijken voor een uitvinding die niet de zijne was en waarvoor hij aldus geen enkele inspanning had geleverd, heeft hij ook expliciet DABUS aangeduid als de uitvinder.

De Engelse Octrooiwet (Patents Act 1977), het Europees Octrooiverdrag van 2016 en het Belgische Wetboek Economisch Recht verbieden niet expliciet de octrooibescherming van autonome uitvindingen gedaan door AI-machines. Het loutere feit dat de uitvinding aldus van de hand van een machine is, verhindert op zich dus niet de octrooibescherming ervan.

The Patents Act bepaalt echter wel expliciet dat enkel een persoon een aanvraag kan indienen. Een machine is vooralsnog geen persoon, dus DABUS kon voor zichzelf geen aanvraag indienen. In het voorliggende geval was de aanvrager evenwel de eigenaar van DABUS, en dus wel een persoon. Hij was daarentegen niet de uitvinder, zodat hij conform de wet slechts een octrooiaanvraag kon indienen voor zover hij dit recht had ontvangen van DABUS. Maar, DABUS is een machine en geen persoon, dus DABUS heeft geen rechten en kan evenmin eigendom verkrijgen. DABUS kon bijgevolg onmogelijk het recht om een octrooiaanvraag in te dienen voor zijn uitvinding overdragen aan zijn eigenaar. De eigenaar van DABUS was aldus niet gerechtigd om de aanvraag in te dienen zodat de octrooiaanvraag werd afgewezen.

Volledigheidshalve merken wij op dat de vraag of de eigenaar of ontwikkelaar van de AI-machine in dergelijke gevallen kan aangemerkt worden als de uitvinder, niet aan het Hoog Gerechtshof werd gesteld omwille van voornoemde ethische bezwaren en aldus ook onbeantwoord is gebleven. Hiervoor blijft de deur aldus op een kier staan.

Geldt voorgaande ook voor een Belgisch of Europees Octrooi?
Artikel XI.9 WER bepaalt voor België: "Het recht op een octrooi komt toe aan de uitvinder of aan zijn rechtverkrijgende. (…) Bij de procedure voor de Dienst wordt de aanvrager geacht gerechtigd te zijn het recht op een octrooi te doen gelden."

Artikel 60 van het Europese Octrooi verdrag bepaalt: Artikel 60 EPC: "Het recht op een Europees octrooi komt toe aan de uitvinder of diens rechtverkrijgende."

De Europese en Belgische regelgeving bepalen aldus niet dat een aanvrager noodzakelijk een persoon moet zijn. Stelt de vraag zich, los van praktische overwegingen, of een AI-machine kan beschouwd worden als een uitvinder in de zin van de wet, zodat deze het recht op een octrooi bij wet zou kunnen toegewezen krijgen. Opnieuw dient o.i. vastgesteld te worden dat een AI-machine, zelfs al is hij feitelijke de uitvinder, ook in ons rechtstelsel niet in aanmerking kan komen om rechten en eigendom te bezitten.

Kan de eigenaar van een machine dan conform het Belgische recht gekwalificeerd worden als een rechtverkrijgende in de zin van artikel XI.9 WER? Het De Valks Juridisch Woordenboek definieert rechtverkrijgende als: "rechtssubject dat in de rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger treedt." Dit impliceert dus opnieuw dat de AI-machine rechten zou hebben die hij kan overdragen. In België en Europa zal men zodoende op hetzelfde probleem stoten als het Hoog Gerechtshof in het VK.

Voorgaande betekent dat, zolang er ethische bezwaren bestaan om de eigenaar of ontwikkelaar van de AI-machine aan te duiden als de uitvinder van de uitvindingen die de AI-machine doet, een groep van uitvindingen van octrooibescherming is uitgesloten, zelfs wanneer alle voorwaarden waaraan een uitvinding moet voldoen, vervuld zijn.

3. Creaties van een AI-machine
In dezelfde lijn kunnen we ons de vraag stellen of een AI-machine auteur kan zijn en of zijn creaties auteursrechtelijk beschermd kunnen worden.

Reeds verschillende gevallen die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen, zijn immers gekend: het project The Next Rembrandt1, waarbij men aan de hand van AI een computer een schilderij wil laten maken volgens het artistieke DNA van Rembrandt, de film Sunspring2 die werd geschreven door een AI-machine of het schilderij Edmond Belamy van de hand van een AI-machine dat in 2017 voor 432.500 USD werd geveild3.

Ook deze vraag dienen we negatief te beantwoorden.
Auteursrechtelijke bescherming komt automatisch, zonder enige registratieplicht, toe aan creaties die origineel en oorspronkelijk zijn, wat betekent dat ze het resultaat moeten zijn van een eigen intellectuele schepping van de auteur en dat ze de stempel dragen van de auteurs persoonlijkheid4. Dit veronderstelt een menselijke tussenkomst5. Hieruit leidt men af dat een auteur enkel maar een menselijk persoon kan zijn en dus geen machine6. Bovendien zal een creatie van een AI-machine niet oorspronkelijk zijn in de zin van de wet, zodat hoe dan ook niet voldaan is aan de voorwaarden om auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten7.

Bovendien legt de wet de beschermingsduur van het auteursrecht vast op 70 jaar na het overlijden van de auteur8. Enkel fysieke personen overlijden, zodat ook uit deze bepaling wordt afgeleid dat de auteur niet anders dan een fysieke persoon kan zijn9.

In België zullen deze creaties aldus ontsnappen aan de mogelijkheid van auteursrechtelijke bescherming en zodoende in het openbaar domein vallen10.

Terzijde merken wij op dat het VK voor het auteursrecht, in tegenstelling tot het octrooirecht, wel een specifieke bepaling voor “computer-generated” creaties heeft. De persoon die de nodige acties ("arrangements") heeft ondernomen voor de creatie van het werk, zal als de auteur ervan beschouwd worden11.

4. Wat is dan wel beschermd?
De bescherming van AI-machines en hun vruchten zijn in België aldus beperkt, maar niet geheel onbestaande.

De initiële software van de AI-machine zelf zal veelal auteursrechtelijk beschermd zijn, alsook de databank die de AI-machine hanteert om zijn creaties of uitvindingen te doen.

In sommige gevallen zal de regelgeving omtrent de bescherming van bedrijfsgeheimen verhinderen dat creaties of uitvindingen van AI-machines in het openbaar domein vallen. Op grond van deze wet, is immers bescherming mogelijk van bedrijfsinformatie of belangrijke know-how met commerciële waarde, die niet bedoeld is voor bekendmaking.

Wij helpen u graag verder met de te nemen stappen en maatregelen om van deze bescherming te genieten.


1 https://www.nextrembrandt.com/
2 https://en.wikipedia.org/wiki/Sunspring
3 D. Deckmyn, "Is de computer kunstenaar", De Standaard, 13 december 2019.
4 https://www.digitaltrends.com/cool-tech/harry-potter-ai-generation/
5 P. VALCKE en S. ROSSELLO, "Recht en technologie – The Artificial Lawyer" in Recht in Beweging, 27ste VRG-Alumnidag 2020, Gompel & Scavina, p. 193 met verwijzing naar M. de Cock Buning (2016), "Autonomous Intelligent Systems as Creative Agents under the EU frameworl for Intellectual Property", European Journal of Risk Regulation 2, p. 314.
6 P. VALCKE en S. ROSSELLO, "Recht en technologie – The Artificial Lawyer" in Recht in Beweging, 27ste VRG-Alumnidag 2020, Gompel & Scavina, p. 193.
7 P. VALCKE en S. ROSSELLO, "Recht en technologie – The Artificial Lawyer" in Recht in Beweging, 27ste VRG-Alumnidag 2020, Gompel & Scavina, p. 194.
8 Artikel XI.166 WER)
9 P. VALCKE en S. ROSSELLO, "Recht en technologie – The Artificial Lawyer" in Recht in Beweging, 27ste VRG-Alumnidag 2020, Gompel & Scavina, p. 194.
10 P. VALCKE en S. ROSSELLO, "Recht en technologie – The Artificial Lawyer" in Recht in Beweging, 27ste VRG-Alumnidag 2020, Gompel & Scavina, p. 193.
11 Section 9.3 of the Copyright, Designs and Patents Act 1988.